In 2021 gebeurde er iets bijzonders: er kwam een huis op ons pad. Een oude woonboerderij uit 1850, met een flinke lap grond eromheen. Het huis was prima onderhouden, maar het interieur? Dat was nog niet helemaal “wij”.

We besloten iets te doen wat achteraf goud waard was: eerst een half jaar wonen, voordat we gingen verbouwen of inrichten. Hier lees je hoe dat ons hielp en hoe jij dat ook kunt aanpakken.
Stap 1: Wonen voordat je inricht
Onze ervaring: zodra je meubels in een nieuw huis zet, merk je pas echt wat er wel en niet past. Onze kleurrijke jaren ’70-meubels voelden niet meer goed in de boerderij. Zelfs de highboardkast die ik zo mooi vond, moest weg. Dat deed wel even pijn, maar de nieuwe eigenaren waren er super blij mee. Dat verzachtte het wel een beetje!
Tip: Zet eerst alleen de essentiële meubels neer (bed, tafel, stoelen ) en laat de rest een tijdje buiten beeld. Zo voel je beter aan wat het huis nodig heeft.
Stap 2: Observeer je ruimtes
Neem de tijd om elke ruimte goed te leren kennen voordat je meubels en accessoires definitief kiest en neerzet. Wij merkten dat sommige kamers in het begin ‘leeg’ leken, maar na een paar weken ineens favoriet werden.
Let op de “kleine” details:
Licht: In de ochtend valt het zonlicht precies op de houten vloer in de woonkamer, waardoor alles ineens warm aanvoelt. De studeerkamer is juist in de middag het prettigst, met een zacht licht dat fijn is om te lezen en werken. En het is er heerlijk koel, dat is ook fijn.
Gebruik: Je ontdekt vanzelf welke plekken je het meest gebruikt. Voor ons werd de woonkeuken al snel het hart van het huis, terwijl de kleine opkamer beter geschikt bleek als kinderkamer.
Energie: Soms voelt een kamer op de eerste dag niet meteen prettig. Maar na een week of twee merk je dat sommige ruimtes onverwacht lekker ontspannen of inspirerend aanvoelen.

Stap 3: Begin waar je het meest bent
Wij kozen ervoor om te starten bij de woonkeuken. Hier brengen we de meeste tijd door en het is daarom het hart van ons huis. De oude eettafel uit ons vorige huis paste er gelukkig precies. Dat gaf een vertrouwd gevoel in dit nieuwe huis. De stoelen uit ons oude interieur waren wat te fijn en te smal voor de robuuste uitstraling van de boerderij, dus die ruilden we voor grovere exemplaren die we van een vriendin overnamen. Ze zitten heerlijk en geven meteen karakter aan de ruimte.
De lampen van de vorige bewoners hingen er nog een jaar, maar uiteindelijk werden ze vervangen door gietijzeren exemplaren die we op Marktplaats vonden. De ronde vorm past perfect bij de twee grote kunstwerken die we bij de kringloop vonden. Een onverwachte match, maar juist die vondsten maken je interieur uniek…
En een oude bakkerskast die ik via Facebook vond kreeg een tweede leven: nu staat hij vol met alle ingrediënten en potten van mijn man zijn nieuwste hobby: zuurdesembrood bakken. Het is leuk dat de kast hier weer als bakkerskast dient!
Tip: Kies één ruimte om mee te beginnen. Vul deze stap voor stap met meubels en (persoonlijke) accessoires. Zo groeit het huis organisch en wordt het steeds meer ‘jouw thuis’.

Stap 4: Kies duurzaam en persoonlijk
We wilden extra warmte in de woonkeuken en kozen daarom eco-verf voor de muren. Kleine veranderingen maken een groot verschil. Denk ook aan:
– Hergebruik van meubels of accessoires
– Tweedehands vondsten die een verhaal hebben
– Een mooi erfstuk
– Functionele oplossingen die bij jouw leefstijl passen, bijvoorbeeld een leuke DIY!
Stap 5: Laat het groeien
Gun jezelf tijd. Je huis vertelt vanzelf wat het nodig heeft. Soms moet je iets verkopen of vervangen voordat het klopt, dat is normaal. Bij ons duurde het zeker een jaar voordat het echt klopte, maar dat is helemaal niet erg. De zoektocht naar wat juist was voor ons huis vond ik even leuk als de uiteindelijke inrichting!
Tip: Wacht minstens een half jaar met grote aankopen of verbouwingen. Zo voorkom je impulsaankopen die later toch niet passen.
Conclusie: dit zou ik zo weer doen.
Wij zijn achteraf blij dat we het zo hebben aangepakt. Je hebt misschien niet gelijk een woning die past in een woonmagazine, maar je creëert wel een echt thuis voor jezelf. En zoals ik hierboven al schreef: de weg er naartoe is minstens zo leuk!


















